Share

Depressie en seksuele problemen: Te depressief voor seks?

13-01-2010 20:52, updated: 2010-01-13 20:56:15, Edwin Swart, 3063 views

Depressie en seksuele problemen: Te depressief voor seks?

Voor veel mensen is het hebben van een bevredigend seksleven van groot belang. Problemen op seksueel gebied kunnen dan ook een aanzienlijke negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven. Seksuele disfuncties omvatten een breed scala aan problemen die kunnen voorkomen op seksueel gebied, met psychische, lichamelijke en medicamenteuze oorzaken. Een psychiatrische stoornis, in het bijzonder de depressieve stoornis is een veel genoemde psychische oorzaak van seksuele problematiek. Bij een depressieve stoornis en met name ook de behandeling daarvan met antidepressiva komen verscheidene seksuele problemen voor. Om het ontstaan van deze seksuele disfuncties in het kader van een depressie of door de behandeling met antidepressiva beter te begrijpen is het nuttig meer inzicht te krijgen in seksuele activiteit.

De seksuele responscyclus

Seksuele activiteit bestaat uit vijf opeenvolgende fasen; het verlangen, de opwinding, het plateau, het orgasme en het herstel (figuur 1). De seksuele responscyclus (in 1966 ontwikkeld door de gynaecoloog William Masters en de psychologe Virginia Johnson, figuur 1) geeft de hypothetische belevingsrespons weer bij alle fasen van seksuele activiteit.

 

/seksuele-response-cyclus

Figuur 1

De eerste fase van de cyclus,  het seksueel verlangen,  lijkt alleen psychische kenmerken te hebben. Namelijk de zin in seks en het fantaseren over seks. Dit betekent niet dat er geen lichamelijke invloeden zijn op deze fase. Zowel psychische als lichamelijke (denk onder andere aan de hormonale invloed van testosteron) factoren spelen een rol bij het ontwikkelen van zin in seks. De fase van opwinding kent naast psychische kenmerken (het gevoel opgewonden te zijn en van genot), ook fysiologische kenmerken waaronder het vochtig worden, krijgen van een erectie, toegenomen bloedstroom naar verscheidene delen van het lichaam (met name de genitaliën) en een verhoogde hartslag, ademfrequentie en bloeddruk. De plateau fase is nodig om de opgebouwde spanning en de fysiologische veranderingen verder door te voeren en tot een orgasme te kunnen komen. Het orgasme geeft een ontlading van de opgebouwde spanning en gaat bij een man gepaard met de zaadlozing en bij een vrouw met ritmische contracties van de bekkenbodemspieren. De herstel fase is nodig voor herstel van de geslachtsorganen en gevoelens van ontspanning en tevredenheid.

Seksuele disfuncties kunnen zich voordoen in alle fasen van de seksuele responscyclus, en een disfunctie in één (of meer) van deze fasen kan de gehele cyclus negatief beïnvloeden.

Er is weinig grootschalig en methodologisch onderzoek verricht naar het voorkomen van seksuele disfuncties onder de Nederlandse bevolking. In het rapport 'Seksualiteitshulpverlening in Nederland' van Vroege e.a (2001) wordt aan de hand van een drietal studies geschat dat in Nederland 14-15% van de vrouwen en 9-12% van de mannen minstens één seksuele disfunctie heeft. Het vaakst gerapporteerd in de studies van Vroege e.a zijn voor mannen: voortijdig orgasme ( 8-18%), genitale opwindingsstoornis (erectiestoornis) ( 3-6%) en verminderd seksueel verlangen (2-3%). Voor vrouwen geldt het volgende beeld: orgasmestoornis (8-33%), verminderd seksueel verlangen (4-8%) en dysparaeunie (pijn bij het vrijen) (2-7%).

De seksuele responscyclus en een depressie

Verlangen

Stoornissen in de eerste fase van de seksuele responscyclus bestaan uit een verminderd seksueel verlangen en een seksuele aversiestoornis (sterke afkeer of afschuw van seks). Bij een depressie is de zin in seks vaak veranderd, in de meeste gevallen betekent dit een verminderde zin. Verscheidene onderzoeken melden een verminderde zin in seks bij een depressie met percentages variërend van 26 - 40% van de mannen en 35-50% van de vrouwen. Een Zwitsers onderzoek (de Zürich Cohort Study) laat zien dat er in sommige gevallen juist meer interesse in seks was tijdens een depressie, 9 % van de vrouwen en 23% van de mannen gaf aan juist meer interesse in seks te hebben. Opvallend daarbij zijn de verhoudingen tussen mannen en vrouwen, meer vrouwen dan mannen ervaren een verminderde zin in seks, terwijl meer mannen dan vrouwen een juist vermeerderde zin in seks aangeven.

Een aantal van de kenmerken van een depressieve stoornis verklaren het verlaagde libido. Een verminderd interesse en plezier in (bijna) alle activiteiten houdt in dat er vaak ook een verlies aan interesse en plezier in seks aanwezig is. Daarnaast spelen factoren als een verlaagd gevoel van eigenwaarde, vermoeidheid, geremdheid en veranderingen in het gewicht ook een belangrijke rol. 

Opwinding

Naast het verminderde verlangen komen ook opwindingsstoornissen vaak voor tijdens een depressie, bij 40% van de mannen en 50% van de vrouwen. In een Amerikaans onderzoek onder veertig tot zeventig jarige mannen kwamen matige tot ernstige erectiedisfuncties 1,82 maal vaker voor bij depressieve symptomen. 

Orgasme

Orgasme problemen komen voor bij 15 % van de mannen en 20% van de vrouwen. Logisch is dat wanneer er sprake is van een opwindingsstoornis er vaak ook sprake is van een orgasme stoornis.

De verschillende fasen van de  seksuele responscyclus hangen nauw met elkaar samen, en problemen in de ene fase geven vaak ook problemen in een andere fase. Vaak komen mensen dan ook in een vicieuze cirkel terecht. Zo kan een erectiestoornis er voor zorgen dat er sprake is van minder zin in seks.

Een depressie heeft dus niet alleen invloed op de zin in seks, maar ook op de daaropvolgende fasen. Dit kan samen hangen met de verminderde seks die doorwerkt in de volgende fasen, als wel een meer lichamelijk effect van de depressie, waardoor er opwinding en orgasme stoornissen ontstaan. Dit lichamelijke effect is onder andere toe te schrijven aan de werking van hormonen en neurotransmitters in het lichaam. Zo is bekend dat het hormoon testosteron invloed heeft op de seksuele activiteit, zo geeft een verlaagd testosteron gehalte vaak een verlaagd libido. De depressieve stoornis komt tweemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Het dopamine en serotonine systeem spelen een belangrijke rol bij de regulatie van stemming en seksuele activiteit. Het serotonine gehalte is vaak verlaagd bij een depressieve stoornis.    

De seksuele responscyclus en antidepressiva

Het gebruik van antidepressiva, met name de SSRI's (selectieve serotonine heropnameremmers -reuptake inhibitors-. Welke er voor zorgen dat serotonine langer werkzaam is in de hersenen), zijn vaak geassocieerd met seksuele disfuncties. Vooral bij de middelen fluoxetine (beter bekend onder de naam Prozac), citalopram en paroxetine (beter bekend als Seroxat) treden frequent stoornissen op in de seksuele functie, zoals libidoverlies, erectiestoornissen en in het bijzonder een vertraagde ejaculatie bij mannen en anorgasmie bij vrouwen. Het vertraagde ejaculatie effect van een SSRI wordt therapeutisch toegepast bij voortijdig klaarkomen (ejaculatio praecox).  

Onderzoek van Montejo e.a. laat zien dat het voorkomen van seksuele disfuncties bij antidepressiva gebruik 59,9 % is, dit geldt voor de gehele groep van antidepressiva. Wanneer er naar de verschillende middelen apart gekeken wordt blijkt dat met name de SSRI's  een hoog voorkomen van seksuele disfuncties te hebben, met de volgende cijfers bij de veel gebruikte SSRI's  fluoxetine, beter bekend onder de naam Prozac (57.7%), citalopram (72.7%)  en paroxetine (beter bekend als Seroxat) (70,7%).

Behandeling

Zowel bij de depressieve stoornis zelf als de medicamenteuze behandeling daarvan met antidepressiva treden vaak seksuele problemen op. Aangezien seksuele activiteit voor velen een belangrijk aspect is voor de kwaliteit van leven, is het wel erg zuur dat de behandeling van een stoornis die de kwaliteit van leven al sterk beperkt ook op het gebied van seks, hier nog een schepje bovenop doet. . Wanneer iemand die met antidepressiva behandeld wordt voor een depressie last heeft van seksuele disfuncties is het lastig te differentiëren wat nu deze disfuncties heeft veroorzaakt: de onderliggende psychische problematiek of de behandeling daarvan? Maar belangrijker voor de patiënt is dat de behandeling het eventueel aanwezige seksuele probleem dus niet verhelpt maar juist erger maakt, of wanneer er in het kader van de depressie geen seksuele problemen spelen deze door de behandeling wel ontstaan. Het is dan ook belangrijk de seksuele disfunctie bij een depressie serieus te nemen en adequaat te behandelen. Seksuele disfuncties kunnen behandeld worden met zowel gedragstherapie als medicamenteuze therapie.  

Bronvermelding

1. Luk G, Gionotten W, Vanweesenbeeck I, Weijenborg P (red.), Seksuologie, Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2004.

2. Hengeveld M W, Brewaeys A (red.), Behandelingsstrategieën bij seksuele disfuncties, Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2001

3. Hengeveld, M W, van Balkom A J L M (red.), Leerboek Psychiatrie, de Tijdstroom, Utrecht 2005

4. figuur 1 Seksuele responscyclus volgens Masters&Johnson en Kaplan. nhg.artsennet.nl/.../NHGStandaard/M87_std.htm  

5. Vroege J., Nicolai L. & Wiel van de H. (2001), Seksualiteitshulpverlening in Nederland., Delft: Eburon

6.Montejo ea. Incidence of sexual dysfunction associated with antidepressant agents: a prospective multicenter study of 1022 outpatients. J Clin Psychiatry 2001; 62 drug therapy: 10-21.

7. Farmacotherapeutisch kompas

 

© Sterre Rutgers / Link2Trials